Aidsfonds Logo

Aanmelden nieuwsbrief

Verhalenwedstrijd 'Leven met hiv' in Trouw:
Tweede prijs

Ik zou uw buurman kunnen zijn
Trouw (23-06-2007)

Van de week kreeg ik weer mijn halfjaarlijkse uitslag van de specialist die mij en waarschijnlijk nog een paar honderd anderen, al lange tijd in het oog houdt.
Alle waarden waren, zoals gewoonlijk, gelukkig weer goed. Dat betekent dat ik netjes op tijd mijn pillen heb ingenomen en dat het virus zich dus koest houdt.
Maar laat ik me eerst maar eens voorstellen: ik ben een gewone man van middelbare leeftijd. Ik zie er best goed uit, heb een behoorlijke bos grijzend haar. Ik merk dat vrouwen die ik op straat tegenkom zich regelmatig omdraaien. Dat is natuurlijk altijd leuk, maar aangezien ik homo ben, blijft het daarbij.
Ik zou naast u kunnen wonen, u zou dan wel weten dat ik homo ben want ik woon al heel lang en gelukkig samen met mijn vriend maar u zou niet weten dat ik hiv'er ben. U kunt dat niet zien en ik vertel u dat niet omdat ik geen meewarige of agressieve blikken of medelijden wil hebben.
Daarnaast denk ik dat het niet in mijn voordeel zou zijn als ik met mijn hiv naar buiten zou komen. Ik heb een prima baan met veel verantwoordelijkheden, ik ben een boegbeeld en treed regelmatig als zodanig naar buiten. Misschien zou het allemaal wel meevallen maar ik voel de behoefte niet om mijn werkomgeving op de hoogte te stellen. Ik wil niet dat anderen zich zorgen maken. Mijn vriend weet het natuurlijk en verder een paar andere, goede vrienden waarvan een aantal ook hiv heeft. We ondersteunen elkaar als het even moeilijker is en we leven mee als mede-hiv'ers hun uitslag krijgen.
Toch heeft mijn ziekte mijn leven veranderd. Hoe ik hiv gekregen heb, weet ik niet precies en wat doet het er toe, ik heb het. Ik prijs mezelf wel gelukkig dat ik het n£ heb en niet 20 jaar geleden. Nu zijn er gelukkig goede medicijnen die de ziekte dragelijk houden en ik ga er voorlopig nog niet aan dood. In de afgelopen 25 jaar heb ik veel vrienden en kennissen aan aids verloren, vaak na een gruwelijk, mensonterend lijden.
Voor mij is hiv nu een chronische ziekte. Ik slik tweemaal daags mijn portie pillen en hoef er verder nauwelijks aan te denken. Jawel, ik heb altijd een schone onderbroek in mijn tas, ik weet namelijk nooit wanneer ik diarree krijg. Om onverklaarbare redenen kan ik ochtenden achter elkaar ineens misselijk zijn en ik merk dat ik sneller moe ben dan voorheen, maar dat kan natuurlijk ook aan mijn leeftijd liggen.
Ik moet ook altijd op mijn hoede zijn om andere mensen niet te besmetten. Als ik in mijn vinger snijd, doe ik zelf de pleister op de wond. Ik zal mij bij de kapper nooit laten scheren. Als ik een injectie krijg, zeg ik dat de spuitgever moet uitkijken. Ondanks het feit dat mijn viral load al jaren niet traceerbaar is, móet ik eerst aan de gezondheid van de ander denken en dan pas aan mezelf. Eigenlijk ben ik bewust en onbewust dus best vaak met mijn hiv bezig.
Het is de consequentie van een stom 'ongeluk' met verstrekkende gevolgen: iets wat nooit meer overgaat en waarbij ik altijd alert moet zijn.
Ik prijs me gelukkig dat ik in West-Europa woon en niet in Afrika, zodat ik 'gewoon' kan doorleven en kan werken!

Vincent Bloem (pseudoniem)

Naar een wereld zonder aids.