Waarvan krijg je geen hiv?
In de (dagelijkse) omgang met mensen met hiv en aids is er geen risico op een hiv-infectie.
- Niet door huidcontact (hand geven). Hiv kan niet door een onbeschadigde huid binnendringen. Een pleister op een wondje biedt voldoende bescherming.
- Niet door (tong)zoenen. In het speeksel is veel te weinig virus aanwezig om iemand te kunnen infecteren.
- Niet door toilet en gebruiksvoorwerpen. Het virus kan in de buitenlucht niet blijven leven, dus ook niet op kopjes, bestek, beddengoed etc.
- Niet door adem, hoesten, niezen, etc.
Dat veel mensen ongerust en onzeker raken als ze met hiv of aids geconfronteerd worden, is wel begrijpelijk, maar meestal onterecht. Je kunt dus gewoon op dezelfde manier met iemand met hiv of aids blijven omgaan. En juist voor een hiv-geïnfecteerde vriend of kennis kan lichamelijk contact en steun heel belangrijk zijn.
Waar je verder ook geen hiv-infectie door kunt oplopen:
- Niet door eerste hulp verlenen. Als je de normale hygiëne in acht neemt, dan kan er niets gebeuren.
- Niet door insecten.
- Niet via etenswaren.
- Niet via zwemwater en sauna's.