Therapietrouw aan aidsremmers
Mensen met hiv krijgen aidsremmers om het virus in hun lichaam te onderdrukken. Voor een goede behandeling moeten zij deze aidsremmers volgens voorschrift van de arts innemen. Dit blijkt niet voor iedereen even eenvoudig. Onbegrijpelijke voorschriften, bijwerkingen, depressie en stigmatisering leiden tot verminderde therapietrouw. Vooral allochtone mensen met hiv reageren minder goed op de behandeling.
Allochtone mensen met hiv vormen een belangrijk deel van het totaal aantal mensen met hiv in Nederland. Onderzoek toonde aan dat juist deze groep minder goed reageert op behandeling. De oorzaak hiervan ligt waarschijnlijk in het niet begrijpen van de voorschriften en de mogelijke bijwerkingen. Ook kan de therapietrouw afnemen door stigmatisering, depressie en een minder goede ‘kwaliteit van leven’. Zo kan het zijn dat een depressieve persoon het nut van het nemen van pillen niet in ziet. Doorgaans verbetert steun van familie of vrienden de therapietrouw. Uit eerdere onderzoeken bleek dat stigmatisering en depressie meer voorkomen bij allochtone mensen met hiv en dat zij minder vaak op steun van hun omgeving kunnen rekenen.
Het AMC startte in 2008 een onderzoek naar de invloed van stigmatisering, depressie, ´kwaliteit van leven´ en sociale steun op de therapietrouw; het innemen van aidsremmers. Zowel allochtone als autochtone mensen met hiv nemen aan dit onderzoek deel. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kunnen speciale maatregelen ontwikkeld worden om hun therapietrouw aan aidsremmers te verbeteren.